VOLGOOIEN MAAR!

Lees verder

Hoewel een benzinestation op zich een vrij treurige plek is, is het op dit moment een prettigere omgeving om even te zijn dan een half jaar geleden. OK, je staat nu te tanken in de winterkou in plaats van in een zomerzonnetje, maar daar staat een belangrijk voordeel tegenover: een tankbeurt is in tijden niet zo goedkoop geweest!

De benzineprijs aan de pomp is deels afhankelijk van de olieprijs, welke de afgelopen maanden behoorlijk onderuit is gegaan. Eind juni moest er voor een vat Brent-olie, die de maatstaf is voor de Europese en Aziatische oliemarkten nog 115 dollar worden betaald. Op het moment van schrijven staat de prijs onder de 50 dollar. Oftewel: meer dan gehalveerd! De Amerikaanse tegenhanger van Brent-olie, WTI, is in dezelfde periode met een vergelijkbaar percentage gedaald: van 102 dollar naar 47 dollar nu. Omdat de dollar sterker is geworden ten opzichte van de euro, is het effect in euro’s iets beperkter. Voor de oorzaak van de daling moeten we eerst naar Amerika. Daar is in korte tijd het aanbod van olie (WTI) sterk toegenomen. Het land wint steeds meer olie uit schalie-velden, die op vrij goedkope en gemakkelijke wijze kan worden geproduceerd. Om in de eigen behoefte te voorzien, is de VS nauwelijks meer afhankelijk van andere olieproducerende landen. Deze zijn voor een groot deel verenigd in de OPEC.

Hierin is Saudi-Arabië de grootste producent en ook landen als Iran en Venezuela zijn lid. Deze landen zijn voor hun overheidsbegroting afhankelijk van een fors stuk hogere olieprijs dan nu. Dat geldt ook voor Rusland, maar dat land is geen lid van de OPEC. Het was daarom nogal verrassend dat de OPEC eind november besloot om de productie niet terug te schroeven om de prijs weer omhoog te krijgen. Het vangnet onder de olieprijs was weggevallen en de markt moet het nu voorlopig zelf even uitzoeken. Behalve economische motieven spelen op de korte termijn ook politieke aspecten een rol in de prijsvorming: Met andere woorden de prijs is voorlopig vrij onvoorspelbaar.

Lees verder

Gezien de vele economische en politieke belangen is de richting van de olieprijs op dit moment vrij onvoorspelbaar.

____

De olieprijs zelf hangt voor een groot deel af van de kosten waartegen geproduceerd kan worden. Deze liggen in de VS een stuk lager dan in de rest van de wereld en dat is gunstig voor die lokale Amerikaanse producenten. Lagere energiekosten zijn ook gunstig voor de consument, die erg optimistisch is en waar de Amerikaanse economie op drijft. De lagere energiekosten en de sterkere dollar zorgen in de VS voor een lagere inflatie, waardoor we daar, ondanks de economische groei, op zijn vroegst in het voorjaar een (bescheiden) renteverhoging verwachten. Aandelen zullen hiervan naar onze mening het meest profiteren. Na een aantal mooie aandelenjaren verwachten we dat de koersstijgingen wat minder uitbundig zullen zijn.

Ook zullen ze meer beweeglijk zijn dan dat we gewend waren. Maar dat vinden we nog altijd aantrekkelijker dan obligaties die een lage rentevergoeding geven en last kunnen krijgen van een naar onze verwachting uiteindelijk toch stijgende rente. Tot slot nog even terug naar de benzinepomp: de prijs van een liter benzine is ongeveer voor 20-25% afhankelijk van de olieprijs. Een daling van zo’n 50% scheelt dus grofweg zo’n 25 eurocent, als je de lagere BTW ook meerekent. 77 eurocent per liter (meer dan de helft dus!) gaat echter via accijns rechtstreeks naar de schatkist. Deze staat vast en beweegt niet mee met de olieprijs. En of die accijns zal worden verlaagd? Nee hoor, die is per 1 januari weer iets hoger vastgesteld.

We denken dat de lagere energieprijzen per saldo positief zijn voor de wereldeconomie.

____

Deze visie is uitgegeven op 12-01-2015
____

Video
Delen

Uw naam

E-mail

Naam ontvanger

E-mail adres ontvanger

Uw bericht

Verstuur

Share

E-mail

Facebook

Twitter

LinkedIn

Contact

Naam

E-mail

Bericht

Verstuur

Video